Orde van Dienst
Gezamenlijke Avondmaalsviering ‘Kerken met Vaart’
5 juli 2026
‘Mensen van vreugde?’
Welkom
Aansteken van het licht
‘Ontwaak de zon is opgestaan’ (Wijs: O Jezus hoe vertrouwd en goed…)
Ontwaak, de zon is opgestaan,
zij doet het donker dicht
en laat geen maan, geen ster meer staan,
zij dooft elk ander licht.
Het duister kan de dag niet aan -
nu zij verslagen ligt
verlies van lieverlee de maan
volledig haar gezicht.
Begroeting
Die zon is Christus onze Heer,
die stralend ons verschijnt
tot allerwegen meer en meer
het valse licht verdwijnt.
Hoe hoog klimt de gerechtigheid
die elke schijn onthult
en echt van onecht onderscheidt,
met recht de aarde vult!
Inleiding
Gebed om ontferming
Lied 823: 1 en 4
Gebed om de Geest
Kinderen gaan naar de kindernevendienst
Lied: ‘Wij gaan voor even uit elkaar’
Nehemia 8: 8-12
De Levieten lazen het boek met de wet van God duidelijk voor en gaven er uitleg bij; zo verschaften ze inzicht in het gelezene. Nehemia – hij was de landvoogd –, Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: ‘Deze dag is gewijd aan de Heer, uw God; rouw dus niet, en huil niet!’ Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde. Ezra zei tegen hen: ‘Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken, en deel ervan uit aan wie niets heeft, want deze dag is gewijd aan onze Heer. Wees niet bedroefd, want de vreugde die de Heer u geeft, is uw kracht.’ De Levieten maanden het volk tot stilte. Ze zeiden: ‘Wees stil, dit is een heilige dag, wees dus niet bedroefd.’ Toen ging iedereen eten en drinken. Ze deelden alles met elkaar en maakten er een groot en vrolijk feest van. Ze hadden begrepen wat hun was verteld.
Hemelhoog 393: 1
Gij die gelooft, verheugt u samen:
‘t is God, die trouw zijn kerk bewaart!
Die hoop zal nimmer ons beschamen:
De Heer is God en zijns is d’aard’.
Zijn Woord heeft vrede, heil bereid,
van eeuwigheid tot eeuwigheid!
Filippenzen 4: 4-7
Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt en dank Hem in uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Overweging
Terugkeer van de kinderen, gaven
Viering van de Maaltijd: Toelichting en nodiging
Hemelhoog 527: 1 en 8
Neemt en gedenkt
dat God us schenkt:
Zichzelf, in brood en beker.
Weest, wanneer Hij roept en wenkt,
van zijn liefde zeker.
In de woestijn
zult Gij er zijn:
voor al wie is bezweken
welt een heldere fontein,
bron van waterbeken!
Tafelgebed
Hemelhoog 527: 9 en 11
Zelfs in de dood
is waarlijk brood
tot ons behoud gegeven:
Christus is het die ons noodt
brood van eeuwig leven.
De gastheer wenkt,
o komt, gedenkt,
gedenkt bij brood en beker
dat de Heer, die het u schenkt,
trouw is, vast en zeker!
Delen van brood en wijn
Dankgebed
Stil gebed
Gezamenlijk gebeden Onze Vader
Onze Vader die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden
zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
in eeuwigheid. Amen.
Hemelhoog: Lied 624 1 en 2
Vreugde, vreugde, louter vreugde
is bij U van eeuwigheid,
Schepper die ‘t heelal verheugde,
bron van eeuw’ge vreugde zijt.
Gij die woont in licht en luister
drijft de schaduwen uiteen.
Hij die zoekend doolt in ‘t duister
vindt het licht bij U alleen.
In de harmonie der sferen
klinkt een loflied U gewijd.
Sterren, eng’len, allen eren
U, de Heer der heerlijkheid.
Velden, wouden, beken, bergen,
stromen, zeeën, alles juicht,
vogels, bloemen en fonteinen,
‘t werk dat van uw vreugd getuigt.
Zegen
Hemelhoog: Lied 624: 3
Duizend lichten, duizend kleuren
zijn de weerglans van uw pracht;
daarmee wilt Gij mensen beuren
uit hun zorgen, uit hun nacht.
Op een zee van licht en zangen
voert Gij ons tot U omhoog.
Gij, Heer, zijt ons hoogst verlangen:
doof niet voor uw licht ons oog.
